#JeSuisCharlie

Bij een satirische aanval van het Franse weekblad Charlie Hebdo zijn geen doden of gewonden gevallen. Het incident brengt het totaal aantal slachtoffers van satirische aanvallen sinds het begin van de jaartelling op nul. (De Speld, 7 januari 2015)

Woensdagochtend, 7 januari 2015. Een woensdagochtend als alle andere. Ik ben aan het werk, maak met mijn lief plannen voor de avond, ga met collega’s lunchen in een lunchtentje om de hoek. Mijn telefoon piept, een NOS-alert. Vaak vind ik de NOS iets te vrij omspringen met het begrip ‘belangrijk nieuws’ maar uit gewoonte kijk ik toch even. In de vluchtigheid lees ik de woorden ‘aanslag’ en ‘doden’. Dat zal vast weer over Syrië gaan, denk ik en ik leg mijn telefoon weg. Macht der gewoonte.

Woensdagmiddag, 7 januari 2015. Ik ben net terug op kantoor als ik op internet lees dat twee mannen de redactie van Charlie Hebdo zijn binnengelopen en twaalf mensen hebben doodgeschoten. In koele bloede. Ik app mijn lief, verbijsterd. Hij werkt thuis, heeft de televisie aangezet en weet me te vertellen dat het net een film is. De beelden van de mannen die een agent neerschieten, naar hem toe lopen en hem, terwijl hij zijn armen in genade heft, door het hoofd schieten. Ze stappen in hun auto en rijden weg alsof ze net een boodschap bij de supermarkt hebben gedaan. Ik heb het ijskoud.

Woensdagnamiddag, 7 januari 2015. Inmiddels zit ik in de auto naar huis en ik krijg het nieuws niet uit mijn hoofd. Het grijpt me naar de keel. Maar waarom? Dagelijks lees ik verhalen of zie ik beelden van massamoorden door IS, doden door een neergestort vliegtuig of overstromingen in Azië. In de Verenigde Staten of Canada worden regelmatig gezinnen vermoord, al dan niet door een lid van dat gezin zelf. Waarom raakt mij dat niet of roept het niet meer dan een vluchtige “God, wat erg.” bij mij op? Wat is het dat dit mij zo naar de keel grijpt? Ben ik een egocentrisch persoon die pas geraakt wordt, wanneer dingen geografisch dichtbij komen? Of is het wellicht iets anders? Ik weet het niet. Ik zet muziek aan en de tonen van “Dust in the Wind” van Kansas sijpelen door de speakers. De tranen springen in mijn ogen.

Woensdagavond, 7 januari 2015. Ik zit achter mijn computer en schrijf deze blog. De koude is er nog, maar diep van binnen ben ik heet van woede. Het is een vreselijke, laffe daad die niet goed te praten is en ik word naar van de beelden van de politieagent die door de NOS worden uitgezonden. Ik denk aan de woorden die Prem net uitsprak bij De Wereld Draait Door. Hij vergeleek de terreurdaad van vanmiddag met een terreurdaad in een moskee of een synagoge. Ook op een redactie van een tijdschrift komen mensen bij elkaar omdat ze in iets geloven. Dat mag dan wellicht geen god zijn, maar wel in iets dat voor hen daaraan gelijkstaat: de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om dingen aan de kaak te stellen maar ook de vrijheid om mensen aan het lachen te maken. En die vrijheid is hen nu ontnomen.

Daarmee raakt hij ook precies de kern van mijn gevoel. Ik geloof niet in een god maar wel heilig in de vrijheid van meningsuiting. Met de laffe terreurdaad die vanmiddag heeft plaatsgevonden in Parijs heeft iemand de kern van mijn geloof in het diepst geraakt en dat doet pijn. Maar laten we terug vechten. Niet met geweld, maar met woorden, het krachtigste wapen dat een mens in zich heeft. Je suis Charlie.

Advertenties

Nothing Else Matters: Goodbye 2014

Oudjaarsdag vind ik een van de leukste dagen van het jaar. Niet omdat het oudjaarsdag is, niet vanwege het vuurwerk dat je doet geloven dat je in een oorlogsgebied woont en ook niet vanwege de oliebollen die tijdens de eerste hap nog lekker smaken maar daarna misselijkmakend worden.

Nee, oudjaarsdag is de laatste dag van de Top 2000, de dag van de laatste 266 liedjes. Hoewel de afgelopen dagen ook al juweeltjes voorbij kwamen, vind ik de laatste dag toch altijd bijzonder. Er zitten zo’n mooie nummers tussen en de meeste kan ik (meestal luidkeels, soms fonetisch) mee zingen. ‘Rolling in the Deep’ van Adele wordt opgevolgd door het snoeiharde ‘Killing in the Name’ van Rage against the Machine en tussen twee van de mooiste liedjes ooit (‘Comfortably Numb’ en ‘Wish you were here’ van Pink Floyd) zit het bijna net zo mooie ‘Piano Man’ van Billy Joel. Puur genieten.

Ieder nummer kan ik ieder moment van het jaar op Spotify luisteren, maar toch is de Top 2000 bijzonder. Het is het gevoel en de sfeer dat het speciaal maakt. Zo speciaal dat mijn Oudjaarsavond (tot grote afschuw van mijn twee stief-tieners) niet bestaat uit het kijken van oudjaarsconferences of showprogramma’s maar uit het luisteren van de Top 2000 totdat de laatste klanken van Hotel California zijn weggestorven en het vuurwerk begint.

Ondertussen drink ik lekker champagne, eet zo nu en dan een oliebol (want man, wat zijn ze lekker) en kijk ik nog maar eens naar mijn lief die mij het afgelopen jaar zo gelukkig heeft gemaakt. Mijn 2014 was een rollercoaster met minder mooie gebeurtenissen (het verliezen van mijn baan en de bijbehorende mentale dip) maar vooral met heel veel mooie dingen (mijn verloving, samenwonen).

Ik maak geen goede voornemens, zoals stoppen met roken (dat is tot nu toe nog nooit gelukt) of minder drinken (zie roken), maar wat ik mezelf wel voorneem, is om net zo voor mezelf en mijn geluk te kiezen als ik het afgelopen jaar heb gedaan en te proberen daar nog net een schepje bovenop te doen. En uiteraard op 31 december weer met een glas champagne in mijn hand naar de Top 2000 te luisteren.

En als eindejaarskadootje een van mijn favoriete liedjes uit de Top 2000 (op uiteraard alle nummers van Muse en Pink Floyd na):

Mijn favoriete plekjes in Parijs

Afgelopen weekend togen mijn lief en ik naar het altijd mooie Parijs. Het is nu het derde jaar op rij dat ik vlak voor kerst naar Parijs ga en iedere keer vind ik het weer geweldig. De lichtjes, de mooie etalages, de kerstmarkt op de Champs-Élysées… Kerst is voor mij niet compleet als ik niet een paar dagen in Parijs heb doorgebracht. Hoewel ook wij verleid worden tot het bezoeken van een paar toeristische attracties (vorig jaar overwon ik mijn hoogtevrees door op de bovenste verdieping van de Eiffeltoren naar beneden te kijken), wandelen we het liefste gewoon rond. Zo voelen we ons toch een beetje locals en ontdekken we vaak de leukste plekken. En daarom, hier een paar van mijn favorieten.

Galeries Lafayette
40, Boulevard Hausmann
2013-12-21 17.51.002014-12-19 14.17.58

Het eerste waar ik naartoe ga als ik rond Kerst in Parijs ben, is Galeries Lafayette. Niet om te shoppen maar om te zien hoe de kerstboom er dit jaar uit ziet. Vorig jaar was hij blauw met bewegende poppen, dit jaar was het een omgekeerde kerstboom die vanaf de geweldige glazen koepel eindigde op het Dior-winkeltje. Als ik een foto heb gemaakt van de kerstboom, loop ik weer snel naar buiten want verder vind ik Lafayette te druk en te hysterisch. Vervolgens loop ik langs de etalages die ieder jaar weer een feest om te zien zijn met poppenshows en Efteling-esque liedjes, waarna ik helemaal in kerstsfeer ben en klaar ben voor alles wat Parijs te bieden heeft.

Fondation Louis Vuitton
8, Avenue de Mahatma Ghandi (Bois de Boulonge)
2014-12-21 12.54.432014-12-21 13.37.01

Gelegen in het Bois de Boulonge is dit museum zeker een bezoek waard, al is het maar voor de geweldige architectuur. Het museum is sinds oktober van dit jaar open en is een architectonisch hoogstandje. De op dat moment geëxposeerde kunst was iets te abstract naar mijn smaak, maar het is zeker geen straf om door het pand te dwalen en de trappen naar de verschillende dakterrassen te beklimmen en zo een geweldig uitzicht te hebben op Parijs en zakendistrict La Defense. Een tip: bezoek het museum niet als je haast hebt. In de rij staan, was een terugkerend fenomeen in dit museum: in de rij voor de kassa, in de rij voor de ingang, in de rij voor exposities. Maar goed, dan heb je wel alle tijd om je te vergapen aan het gebouw.

Centre Georges Pompidou
Place Georges-Pompidou
2014-12-20 15.24.122014-12-20 15.57.35
Een andere fijne plek voor moderne kunst is Centre Georges Pompidou. Op de vierde en de vijfde etage van dit bijzondere gebouw is het Musée national d’art moderne gevestigd en op de andere etages vonden ook verschillende exposities plaats, waaronder op dit moment een overzichtstentoonstelling van Jeff Koons. Naast dat er geweldige kunststukken te bewonderen zijn, hangt er ook een fijne, artistieke vibe in dit gebouw. Vergeet vooral ook niet om naar de fonteinen te gaan kijken die op het plein naast het gebouw staan! Overigens is het op de zesde verdieping gevestigde café ook een geval apart. Er hangt een (te) extreem hippe vibe die eigenlijk niet bij een cultureel centrum past: de serveersters lopen halfnaakt rond, ze draaien harde techno en voor een thee reken je zeven euro af. Een aparte ervaring maar niet per se een aanrader.

Frenchie to go
9, Rue de Nil
2014-12-19 15.04.28 2014-12-19 15.10.44

Hoewel dit geweldige barretje relatief dicht bij ons hotel lag, duurde het nog een hele tijd voordat wij het gevonden hadden. Het straatje waarin het gelegen is, werd niet genoemd op de kaart die we trouw met ons meesleepten, maar de zoektocht was meer dan de moeite waard. Lin schreef al eerder lovend over dit tentje en raadde het mij ook weer aan toen ik op Instagram om Parijs-tips vroeg. Het is een klein barretje waar ze geweldig fastfood (al doet deze term het eten niet echt eer aan) serveren met een goed glas wijn erbij en lekkere muziek op de achtergrond. Mijn tip? De bacon-sandwich met ei en Franse frietjes met gembermayonaise. Te lekker!

La Belle Hortense
31, Rue Vieille du Temple
2014-12-20 18.52.30
2014-12-20 18.51.58

Na een uurtje shoppen in een drukke winkelstraat in Marais is dit barretje (in diezelfde winkelstraat) een welkome afwisseling. Wijnbar en boekenwinkel in een, schenken ze hier heerlijke wijnen terwijl je ondertussen door prachtige fotoboeken of echte Franse klassiekers bladert en meeneuriet met Bob Dylan. Hoewel dit barretje midden in een drukke winkelstraat ligt en daarom voer voor toeristen lijkt, waren wij op dat moment de enige toeristen en bestond de rest van de klanten uit hippe Parijzenaren. Een heerlijk rustpunt terwijl buiten de mensen gehaast, met volle tassen in hun handen, voorbij rennen.

Nog meer tips?

  • Wij sliepen afgelopen weekend in Hotel Antin Trinite. Een eenvoudig maar knus hotel met een heerlijke douche en een fijn bed, gelegen op een geweldige locatie.
  • Steek bij het Louvre de Seine over en struin door de wijk Saint Germain. Deze wijk zit vol met kleine antiekwinkeltjes, antiquairs en andere geweldige winkeltjes en barretjes. Als je vervolgens in de richting van de Notre Dame loopt, doorkruis je ook de wijk Quartier Latin die net zo geweldig is om doorheen te lopen. Echt de moeite waard om een zaterdagochtend door te brengen.
  • De kerstmarkt op de Champs-Élysées. Druk, toeristisch en commercieel maar ook ultiem om in kerstsferen te komen. Koop een bekertje glühwein en een zakje marron chaud en wentel je in alle kerst-kitsch. Overigens zijn er binnen deze kerstmarkt twee aparte mini-marktjes (steeds op een andere plek) die zeker wel de moeite waard zijn: eentje waar unieke, handgemaakte objecten te vinden zijn en eentje waar delicatessen worden verkocht en lekkere wijnen en champagne worden geschonken.
  • Cafe Paris-London (16, Place Madeleine). Soms per toeval en soms ook niet heb ik hier de afgelopen drie jaar geluncht. Het is geen bijzonder cafe, maar het heeft een fijn terras (met hele sterke warmtelampen) waarbij je erg goed mensen kunt kijken. Het eten is goed en de wijn is lekker en dan ben ik al snel tevreden.

Think before you shout

Acht jaar geleden zette ik mijn eerste stappen binnen de rechtenfaculteit van de Universiteit van Utrecht. Vol goede moed en enthousiasme , en met een grote drive om een goede advocaat te worden. Acht jaar later ben ik dat laatste vooral niet, maar ben ik wel nog steeds verzot op de juridische wereld en al haar donkere en minder donkere uithoeken. Voor veel mensen spreekt de juridische wereld weinig tot de verbeelding en de opmerking “Ik ben jurist” is meestal geen partystarter.

 

De meeste mensen vinden wet en recht nu eenmaal weinig interessant, tenzij het opeens heel dichtbij komt. Het strafrecht is hier een goed voorbeeld van. Het strafrecht is spannend, snel, zo nu en dan juicy én, niet onbelangrijk, veel in het nieuws. Een fusie of overname neemt men voor kennisgeving aan; over een moordzaak wordt dagen-, zo niet wekenlang gesproken bij de koffieautomaat. Ik ontken niet dat hoewel ik geen enkele ambitie in het strafrecht had (en heb), ik wel het meest naar deze colleges uitkeek. Aanrijdingen met rode Porches, met arsenicum vergiftigde echtgenoten, liquidaties, politieverhoren… Het kwam allemaal voorbij en ik nam het gretig op.

 

Maar zoals er tijdens een voetbaltoernooi altijd zeventien miljoen trainers zijn, zijn er tegenwoordig ook zeventien miljoen rechters in Nederland. Niet gehinderd door enige kennis heeft iedereen een mening over strafzaken. Straffen zijn eigenlijk altijd te laag en men is niet bang om deze mening overal en nergens te verkondigen (dank u, Internet), hier en daar aangevuld met een doodsverwensing of anderszins obscene taal. Het meest recente voorbeeld hiervan is de uitspraak van de rechter in de zaak van de automobilist (ziet u, nationaliteit is hierbij helemaal niet relevant) die een peuter en haar opa en oma doodreed. De vader smeet een stoel door de rechtszaal toen hij de uitspraak van de rechter vernam. Begrijpelijk, zijn dochter en schoonouders zijn dood. In de ogen van een nabestaande is dan geen enkele straf hoog genoeg. Of je dan een stoel door de zaal moet smijten, is een ander verhaal, maar ik snap zijn emoties zeker.

 

Waar ik meer moeite mee heb, zijn de zeventien miljoen andere rechters die zich nu via Facebook, Twitter en andere kanalen laten horen. Mijn favoriete radioprogramma in de ochtend ging er vanochtend ook weer gretig in mee, net zoals vele andere media. Natuurlijk is het goed dat hierover gediscussieerd wordt, want op het eerste gezicht lijkt 120 uur taakstraf voor de dood van drie mensen bizar weinig. Echter, wat veel mensen niet doen, is zich wat meer verdiepen in de feiten. Je hoeft geen strafrechtdeskundige, heck, niet eens een jurist te zijn om te begrijpen dat een rapport waarin staat dat de bestuurder tussen de 76 en 124 kilometer heeft gereden op een 80 kilometer weg, geen keihard bewijs is voor de stelling dat de automobilist te hard gereden heeft. Daarnaast is aangetoond dat een bocht als degene waarin de automobilist de macht over het stuur kwijtgeraakt is, zonder problemen met 130 km/u ingereden kan worden. Maar aan simpele feiten zoals deze wordt door veel mensen voorbij gegaan. Ze hebben de klok horen luiden, maar weten niet waar de klepel hangt.

 

Ondertussen worden er wel duizenden doodverwensingen over de automobilist neergestort. Deze persoon, waarvan niemand de persoonlijke situatie kent, heeft wellicht – hoe tragisch ook – ‘per ongeluk’ (ik gebruik deze woorden heel voorzichtig) drie mensen doodgereden. Vreselijk, dat wens je niemand toe. De nabestaanden niet, maar ook de automobilist niet. Ik durf te wedden dat de schreeuwers nu, net zo hard zouden schreeuwen als zij veroordeeld zouden worden tot vele jaren gevangenisstraf terwijl hun schuld niet bewezen is. Al zullen hun woorden dan iets anders klinken en door niemand gehoord worden.

 

Er is geen twijfel over mogelijk dat dit een vreselijk tragische situatie is, voor alle betrokken personen. Worden er in het strafrecht fouten gemaakt? Genoeg, want niemand is perfect. Moet daarover een publieke discussie gevoerd kunnen worden? Uiteraard. Maar daarbij iets vaker stil staan bij feiten, in plaats van uit emotie publiekelijk meeschreeuwen met de massa, zou geen enkel mens kwaad doen.

Ode aan mijn Mii

1327443833575_3660041

Ik ben gek op auto’s. Altijd al zo geweest. Ik ben zo iemand die er een drama van maakt wanneer haar toenmalige geliefde met het idee speelt een stationwagon te kopen. Wanneer er op de snelweg een mooie Tesla Model S voorbij rijdt, maak ik verlekkerde geluiden waar mijn geliefde jaloers op is (daarom maak ik ze alleen nog maar als ik alleen in de auto zit). Als ik droom van het winnen van een prijs in de loterij dan denk ik alleen maar aan de auto die ik ga kopen. Top Gear staat in de lijst van mijn meest favoriete programma’s. Mijn geliefde was erg leuk toen ik hem ontmoette, maar als hij, let’s say een Fiat Multipla had gereden, dan was de liefde toch snel over geweest. Anyway, you get the point.

Maar het meest gek ben ik op mijn eigen, geweldige autootje. Liefkozend Mii genoemd. Want het is een (knalrode) Seat Mii. En ik weet dat een auto een gebruiksvoorwerp is, maar kent u dat TLC programma over mensen die verliefd zijn op een materiële zaak? Juist, guilty. Weliswaar niet in een dergelijke mate dat een psycholoog helemaal los kan gaan met zijn DSM-V, maar wel in een mate dat ik niet voor mezelf in sta als iemand het waagt boven op Mii te botsen. Nu ben ik al niet de meeste rustige, beheerste chauffeur maar ik denk dat ik op dat moment verander in een raging Christian Bale.

U gelooft mij niet? (insert Dr. Phil voice) Hierbij de schokkende feiten:

  • Ik praat tegen Mii. Ik begroet hem ’s ochtends of als ik met mijn fiets langs pendel. Als Mii met zijn 60 pk-tjes een sprintje trekt op de snelweg geef ik hem een complimentje of ik spreek hem toe als hij (ja echt, ik zou dat nooit doen) weer eens veel te hard rijdt.
  • Ik geef Mii een schouderdashboard-klopje als hij iets goed gedaan heeft, bijvoorbeeld het inhalen van slakjes op de weg.
  • Mijn geliefde en ik praten niet over ‘de auto’ maar over Mii, en dan ook nog alsof het een gelijkwaardig persoon is. Ook tegen anderen heb ik het niet over ‘mijn auto’ maar over Mii. Hence deze blog.
  • Heel soms geef ik Mii een knuffel. Omdat ik zo blij met hem ben.

Ik heb Mii nu anderhalf jaar en er gaat een tijd komen dat wij afscheid van elkaar moeten nemen. Want stiekem is Mii niet helemaal geschikt voor die 120 kilometer die ik elke dag rijd dus er komt een moment dat ik Mii moet inruilen voor zijn grotere broertje. Ik denk dat ik nu alvast een daily therapiesessie ga inplannen.

Maar verder ben ik heel normaal en mentally sane hoor.

De wereld van De Zestienjarige

fb360127a0b8b504fd89589019841a28

Een jaar geleden was ik newly single, had ik net een nieuwe woning in Haarlem en zag ik mijn leven als één lange Sex and the City aflevering. Althans, zo zag het er in mijn gedachten uit. Eigenlijk bestond mijn leven vooral uit werken (en dan niet die twee uurtjes die Carrie per dag achter haar laptop zit) en ’s avonds op de bank in mijn joggingbroek chips eten terwijl ik de zoveelste herhaling van Geordie Shore kijk. Niet heel spectaculair dus.

En toen kwam ik de liefde van mijn leven tegen. Een jaar later heb ik mijn studiootje in Haarlem verwisseld voor een groot appartement in Delft maar eet ik nog steeds in mijn joggingbroek chips op de bank terwijl ik Geordie Shore kijk, maar dan wel met een zestienjarige tiener naast me. That’s right ladies and gentlemen: ik, 28 jaar, vrouw van de wereld (kuch) ben stiefmoeder van de twee tienerzoons van mijn lief. De oudste, met wie ik tot zijn grote hilariteit qua leeftijd minder scheel dan met mijn lief, woont fulltime bij ons. Het is voer voor veel verwonderde blikken en ‘Hou oud is ‘ie!?’-vragen als ik casual vertel over mijn stiefmoeder-schap.

Dus, in plaats van dat ik als single de duistere hoeken van het nachtleven in de Randstad verken of als volleerd ervaringsdeskundige mezelf Tinder-RSI bezorg, leer ik opeens hele andere levenswijsheden in de categorie ‘Welkom in de wereld van De Zestienjarige’.

  • Als zestienjarige ben je het middelpunt van de wereld. Overal en altijd. En heb je huisslaven. Ook als deze huisslaven (lees: mijn lief en ik) daar heel anders over denken en voor de zoveelste keer zuchtend het bestek, servies en alle andere spullen opruimen die De Zestienjarige heeft laten slingeren.
  • De kamer van De Zestienjarige is zijn domein en hoeft daarom niet opgeruimd te worden. Vieze kleding wordt gewoon onder het bed geschoven, lege flessen frisdrank onder het bureau. Ik twijfel er niet aan dat er hier en daar een nog niet ontdekte bacteriecultuur zich aan het ontwikkelen is. Er is alleen één moment wanneer er wel grote paniek is: als zijn voetbalshirt niet op tijd gewassen is omdat het dagenlang onder zijn bed gelegen heeft. Mag u één keer raden wie daar de schuld van krijgt.
  • In het kader van ‘Alles is voor Bassie’: al het eten in huis is voor de Zestienjarige. Dat wij soms ook graag wat willen eten, is verder niet relevant.
  • Alles is ‘LOL’. Ook als iets eigenlijk helemaal niet grappig is.
  • Het is essentieel dat De Zestienjarige iedere dag, van ’s ochtends tot ’s avonds, een smartphone aan zijn hand heeft geplakt die zonder onderbreking YouTube filmpjes afspeelt. En dan hebben we het niet over schattige kattenfilmpjes. Nee, was het leven maar zo mooi.
  • School is stom. Iedere dag weer. En dat rechtvaardigt dat De Zestienjarige net zolang zuchtend, sloffend, steunend en kreunend door het huis sjokt totdat iemand bereid is naar zijn verhalen te luisteren.
  • De Zestienjarige is de stoerste van allemaal. Behalve als het storm en onweert.
  • Naar de McDonalds of een All you can Eat restaurant als je zestien wordt? Echt niet. De Zestienjarige wenst fruits de mer te eten bij Hotel New York.
  • Het wegbrengen van de vuilniszak is het zwaarste wat De Zestienjarige ooit heeft moeten doen.

Maar wat ook de wereld van De Zestienjarige is? Op zaterdagavond een kommetje met zelfgekocht chocolade kruidnoten op de tafel zetten met een ‘Enjoy’-briefje erbij en op zondagochtend op de slaapkamerdeur kloppen om ons een pot thee te brengen en te vragen of wij ook tosti’s willen. En dat maakt dat De Zestienjarige eigenlijk heel erg meevalt als huisgenoot. Je moet gewoon een goede set oordoppen en een secret stash aan eten hebben.

 

Home is whenever I’m with you

10632388_1456922604581331_1533904291_n10654957_360381687458423_128745845_n

In de afgelopen acht jaar ben ik zeven keer verhuisd en in het laatste jaar zelfs twee keer. Je zou denken dat ik een expert bent in het inpakken van dozen en het uit- en in elkaar schroeven van Ikea-meubels. Dat laatste klopt, ik ken ook blind de route in de Ikea’s hier in de buurt. Het inpakken van dozen is echter niet een van mijn kernkwaliteiten; iedere keer vind ik het weer lastig om mijn hele leven in dozen te stoppen. Het ziet zo troosteloos uit en het maakt me altijd verdrietig. Weer een plek verlaten, weer een spannend nieuw avontuur aangaan.

De eerste keer was ik twintig jaar en verhuisde ik van mijn ouderlijk huis in de provincie naar een zolder in een studentenhuis in Utrecht die alleen te bereiken was via een levensgevaarlijke wenteltrap en met een huisgenoot die zombiefilms regisseerde. Vervolgens verhuisde ik naar een studentenhuis waar ik twee kamers deelde met mijn toenmalige vriendje en wij een huisgenoot hadden die niet bekend was met het begrip boundaries. In een moment van verstandsverbijstering verhuisden we vervolgens naar een anti-kraak woning in IJmuiden (like, seriously?) waaruit ik heel snel wegvluchtte naar Haarlem waar ik uiteindelijk in drie verschillende, geweldige appartementen heb gewoond.

Ik kan snel wennen aan een nieuwe plek en aan een nieuwe stad. Sinds twee maanden ben ik weg uit mijn geliefde Haarlem en voor mijn grote liefde verhuisd naar Delft waar hij al een appartement had. Maar in plaats van dat ik bij mijn geliefde introk, stond hij er op dat wij zijn appartement samen opnieuw gingen inrichten, zodat het ook meteen mijn huis was en niet alleen dat van hem. En zo geschiedde: we combineerden zijn geweldig grote eettafel met mijn ultiem fijne bank, en zetten onze kasten naast elkaar alsof het nooit anders geweest is. We maakten van het balkon een wintertuin en plunderden Ikea voor nieuwe leuke spulletjes. We vierden onze verloving en mijn verhuizing samen met onze families en liefste vrienden en lieten mensen zich vergapen aan het geweldige uitzicht dat wij over Delft hebben.

Ik houd van dit huis en het gezin dat wij er in vormen. Ik houd van de blauwe muren van onze wintertuin, de stapels fotoboeken, onze grote eettafel waar altijd verse bloemen op staan, de vensterbank waar ik uren in kan zitten met een glas wijn, het gestoei van mijn geliefde met zijn zestienjarige zoon, het spoor van spullen wat laatstgenoemde achter zich laat (hoe irritant ik dat soms ook vind), de prachtige luchten die te zien zijn vanuit de woonkamer, de koelkast vol met foto’s, de plank vol met kookboeken waar we nooit uit koken… Alles is geweldig en misschien is dit wel de eerste keer in de afgelopen acht jaar dat ik me volledig op mijn gemak en thuis voel. Mijn geliefde is nu een paar dagen op zakenreis en de puber en ik zijn met z’n tweetjes. Het is fijn om te merken hoe gemakkelijk dat gaat, alsof het al jaren zo gaat. We eten samen, dollen wat, kletsen wat, ik probeer hem wat huishoudelijke klusjes te laten doen en verder doen we allebei ons eigen ding. Zoals het zou moeten zijn, volledig at ease.

En na de afgelopen jaren, is dit precies wat ik nodig heb en de rest van mijn leven wil hebben. Een fijne gedachte.