Het grote zoenmysterie

Vanochtend zat ik in de trein. Een hele volle trein. Zo’n trein waarbij je kunt ruiken wat je buurman als ontbijt (of misschien wel avondeten) heeft gehad. Je kunt ruiken of iemand deodorant gebruikt of niet. Je kunt zien wanneer iemand mee-eters heeft. En met een beetje geluk kun je alle drie de flut ochtendkranten tegelijk lezen. Zo’n trein dus. Ik was op weg naar een intelligent symposium (valt het jullie op dat ik de laatste tijd veel intelligente dingen doe?). Op zo’n symposium ben je verplicht om slimme dingen te zeggen waardoor andere slimme mensen denken: “Mieters. Zij is slim zeg.” Vandaar dat ik mijn dag begon met hersengymnastiek: ik ging nadenken.

U moet weten: wanneer ik nadenk, is dat meestal niet over de meest diepzinnige dingen. Nee, ik denk na over wat de vrouw tegenover me in godsnaam dacht toen ze die kleding uit de kast trok. Waarom de treinen zo vol zijn. Over welke kleding ik het komende weekend zal aandoen met uitgaan. Over hoeveel huiswerk ik nog moet maken en op welke manier ik dat het beste kan uitstellen. Over waarom we bestaan? Ok. Dat laatste was een leugen, maar als ik naar een slimme mensen congres ga moet ik wel doen alsof ik slimme dingen denk.

Vanochtend dacht ik na over het grote zoenmysterie. Als je jong bent, is zoenen maar eng. Gelukkig geven mensen je dan nog braaf een handje en daarmee ben je weer verlost van het verplichte oom- en tanterondje op verjaardagen. Maar vanaf een jaar of twaalf vinden ooms en tantes het opeens nodig om je drie zoenen te gaan geven. Ik vond dat een immense schok. Parfumwalmen om je heen, rode lippenstift (en vaak restjes foundation) op je wang… Ik heb er nu nog trauma’s van.

Rond mijn achttiende werd het opeens ook hip om je vriendinnen (en ook minder echte vriendinnen) te begroeten met zoenen. Altijd drie. Want dat was volwassen. Totdat een hippe-vriendin-die-in-Amerika-was-geweest-en-dus-heel-hip-and-happening-was ons allemaal begroette met gewoon één zoen. Eentje maar. Het resultaat was dat zij al het hele rondje gehad had terwijl wij nog allemaal met onze wangen in de lucht hingen, wachtend op de overige twee zoenen. Die bleven weg en onze wangen voelden zich gepasseerd.

Ik ben tegenwoordig een echt zoen mens geworden. Ik begroet iedereen (nou ja, mensen die ik aardig vind en ook nog enigszins ken) met zoenen. Maar hoeveel zoenen moet je nou geven? Ik vind het maar een groot mysterie. De ene persoon begroet met één, maar neemt afscheid met drie. De ander begroet met een zoen op de mond. Weer een ander begroet met drie, maar loopt zonder zoenen weg. Mijn beste vriendinnetjes knuffel ik altijd, maar moeten daar ook zoenen bij? Ik ben confused.

Dus in plaats van dat de regering zich druk maakt om AOW-leeftijden (want kom op, dat is gewoon saai) of hoeveel eurocenten een zogenaamde allochtoon nu precies kost, stel ik voor dat ze eens een duidelijk reglement gaan opstellen omtrent zoenen. En tot die tijd stel ik voor dat men – voordat men elkaar begroet – eerst even afspreekt met hoeveel zoenen er begroet wordt en met hoeveel zoenen afscheid genomen wordt. Dat schept duidelijkheid. En dan weten de wangen waar ze aan toe zijn.

Gepubliceerd op 8 oktober 2009 op sanye.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s