#JeSuisCharlie

Bij een satirische aanval van het Franse weekblad Charlie Hebdo zijn geen doden of gewonden gevallen. Het incident brengt het totaal aantal slachtoffers van satirische aanvallen sinds het begin van de jaartelling op nul. (De Speld, 7 januari 2015)

Woensdagochtend, 7 januari 2015. Een woensdagochtend als alle andere. Ik ben aan het werk, maak met mijn lief plannen voor de avond, ga met collega’s lunchen in een lunchtentje om de hoek. Mijn telefoon piept, een NOS-alert. Vaak vind ik de NOS iets te vrij omspringen met het begrip ‘belangrijk nieuws’ maar uit gewoonte kijk ik toch even. In de vluchtigheid lees ik de woorden ‘aanslag’ en ‘doden’. Dat zal vast weer over Syrië gaan, denk ik en ik leg mijn telefoon weg. Macht der gewoonte.

Woensdagmiddag, 7 januari 2015. Ik ben net terug op kantoor als ik op internet lees dat twee mannen de redactie van Charlie Hebdo zijn binnengelopen en twaalf mensen hebben doodgeschoten. In koele bloede. Ik app mijn lief, verbijsterd. Hij werkt thuis, heeft de televisie aangezet en weet me te vertellen dat het net een film is. De beelden van de mannen die een agent neerschieten, naar hem toe lopen en hem, terwijl hij zijn armen in genade heft, door het hoofd schieten. Ze stappen in hun auto en rijden weg alsof ze net een boodschap bij de supermarkt hebben gedaan. Ik heb het ijskoud.

Woensdagnamiddag, 7 januari 2015. Inmiddels zit ik in de auto naar huis en ik krijg het nieuws niet uit mijn hoofd. Het grijpt me naar de keel. Maar waarom? Dagelijks lees ik verhalen of zie ik beelden van massamoorden door IS, doden door een neergestort vliegtuig of overstromingen in Azië. In de Verenigde Staten of Canada worden regelmatig gezinnen vermoord, al dan niet door een lid van dat gezin zelf. Waarom raakt mij dat niet of roept het niet meer dan een vluchtige “God, wat erg.” bij mij op? Wat is het dat dit mij zo naar de keel grijpt? Ben ik een egocentrisch persoon die pas geraakt wordt, wanneer dingen geografisch dichtbij komen? Of is het wellicht iets anders? Ik weet het niet. Ik zet muziek aan en de tonen van “Dust in the Wind” van Kansas sijpelen door de speakers. De tranen springen in mijn ogen.

Woensdagavond, 7 januari 2015. Ik zit achter mijn computer en schrijf deze blog. De koude is er nog, maar diep van binnen ben ik heet van woede. Het is een vreselijke, laffe daad die niet goed te praten is en ik word naar van de beelden van de politieagent die door de NOS worden uitgezonden. Ik denk aan de woorden die Prem net uitsprak bij De Wereld Draait Door. Hij vergeleek de terreurdaad van vanmiddag met een terreurdaad in een moskee of een synagoge. Ook op een redactie van een tijdschrift komen mensen bij elkaar omdat ze in iets geloven. Dat mag dan wellicht geen god zijn, maar wel in iets dat voor hen daaraan gelijkstaat: de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om dingen aan de kaak te stellen maar ook de vrijheid om mensen aan het lachen te maken. En die vrijheid is hen nu ontnomen.

Daarmee raakt hij ook precies de kern van mijn gevoel. Ik geloof niet in een god maar wel heilig in de vrijheid van meningsuiting. Met de laffe terreurdaad die vanmiddag heeft plaatsgevonden in Parijs heeft iemand de kern van mijn geloof in het diepst geraakt en dat doet pijn. Maar laten we terug vechten. Niet met geweld, maar met woorden, het krachtigste wapen dat een mens in zich heeft. Je suis Charlie.

Advertenties

It’s good to be back

Is het toeval dat mijn eerste stuk op mijn nieuwe weblog over muziek gaat? Nee, ik denk het niet. Muziek is een heel krachtig middel dat niet alleen emoties losmaakt maar – althans in mijn geval – ook een bepaalde vorm van creativiteit aanwakkert. Ik loop al maandenlang rond met het idee om weer te beginnen met een weblog. Er is een nieuwe fase in mijn leven aangebroken waarbij ik het gevoel krijg steeds dichter bij mijzelf te komen, bij de persoon die ik daadwerkelijk ben. En bij die persoon hoort ook het schrijven van weblogstukjes, columns, artikelen… whatever.

Het gekke is dat ik heel graag weer wilde schrijven, maar er niets uit mijn vingers kwam. De weblog was aangemaakt, de tekst volgde niet. Tot afgelopen zaterdag, toen ik mezelf in een enigszins schimmig poppodium in het altijd deprimerende Zoetermeer bevond voor een optreden van coverband Dutch Floyd. Ik stond daar, wijntje in mijn hand en de armen van mijn lief om me heen, met mijn ogen dicht te luisteren naar een 28 minuten durende uitvoering van het altijd prachtige Shine On You Crazy Diamond. En opeens waren ze daar; net zoals vroeger, toen ik nog op sanye.nl en sannelith.nl schreef. De woorden in mijn hoofd, getriggerd door een gebeurtenis, die langzaam zinnen beginnen te vormen. En zinnen die samen een blog vormen. Een blog over hoe mooi het is om kippenvel te krijgen van een liedje; over hoe ik soms baal dat ik pas in de jaren tachtig geboren ben en daardoor nooit de kans heb gehad Pink Floyd live te zien; over wat muziek los kan maken, soms door slechts een mooie gitaarsolo.

Zaterdagavond kreeg ik weer de kriebels om te schrijven, zoals ik dat jaren geleden ook kreeg wanneer ik iets meemaakte of een anekdote zich in mijn hoofd vormde. Een reeks minder leuke gebeurtenissen zorgden ervoor dat ik mijn plezier in schrijven, en met name schrijven voor mijn weblog, verloor. Hierdoor stopte ik met bloggen op mijn kindje sanye.nl en deactiveerde ik mijn Twitter account. Het gaf rust. Ik ging fulltime werken en had het druk genoeg met andere dingen maar het schrijven bleef in mijn achterhoofd zitten.

Nu zijn de kriebels terug, aangewakkerd door een van de mooiste stukjes muziek uit de popgeschiedenis. Ik vind het fijn om weer te schrijven, mijn gedachten op papier te zetten en hopelijk zo nu en dan iemand aan het denken te zetten of juist aan het lachen te maken. It’s good to be back.